Wegwijs in het nieuwe seizoen

    Zes weken verstrijken normaal gesproken vliegensvlug, maar de zomervakantie geeft een mens het gevoel alsof er een eeuwigheid voorbij is gegaan. Vroeger was de start van een nieuw seizoen al een belangrijke gebeurtenis. In zes weken tijd was je ineens getransformeerd van achtstegroeper tot brugpieper of van middelbare scholier tot student, oftewel: in een zomer ben je verschrikkelijk volwassen geworden. Dat uitte zich bij aanvang van de eerste schooldag in uitstekend gedrag en ijverigheid. Dit hield ik ongeveer tot de kleine pauze vol, waarna ik maar vast begon met uitrekenen hoelang het nog duurde voordat de herfstvakantie begon.

    Door: Femke Steketee

    In de ‘echte’ volwassen wereld is het niet veel anders. Vanaf het moment dat de eerste hoboïst na de vakantie zijn klinkende a inzet, heerst er oplettendheid en tolerantie jegens collega’s en dirigent. Na de koffiepauze zet dit nog even door om vervolgens na een minuut of twintig toch maar eens langzaam en onopvallend de telefoon uit de broekzak te vissen om te zien of iemand anders spannendere tijden beleeft.

    Wat zit er in dat koffertje?

    Nieuw seizoen, nieuwe kansen. Zelf probeer ik vanaf nu meer de rust te bewaren en dit werd op mijn eerste dag al flink op de proef gesteld door een landelijke sein- en wisselstoring bij de NS. Na anderhalf uur wachten op een perron op station Weesp werden reizigers vriendelijk verzocht buiten het station op alternatief vervoer te wachten. Ik bleef vooralsnog rustig. Buiten ga ik op een bankje zitten, waar het zachtjes begint te regenen. Om te zien of de rest van Nederland dit leed met mij deelt, kijk ik op Buienradar, maar helaas hangt er slechts één bui in de lucht: precies boven Weesp. “Ik vind dat we met z’n allen uit eten moeten gaan!” roept een dame met hoge stem. Niemand reageert. Het geluid van regendruppels op het asfalt. “Wie heeft er honger?” vervolgt ze er met een aarzelend lachje achteraan. Ze komt naast me zitten en vraagt wat er in dat koffertje zit. “Geef je dan ook concerten?” vraagt ze. Ik vertel haar over de concerten met het Residentie Orkest in het Zuiderpark en in het Concertgebouw. Ze noteert het uit beleefdheid op haar telefoon. Dan arriveert haar taxi.

    Naast mij komt een meisje zitten. “I’m lost and I have to pee”, zegt ze met geknepen stem. Ze kijkt vragend naar mijn koffer. Ik vertel haar over mijn saxofoonkwartet en ons project Water Works, waarin we muziek van Händel combineren met moderne dans. Ze gebaart dat ze een mentale notitie maakt. Dan vervolgt ze haar klaagzang: “I had such a bad day, so this is like the cherry on the ca…OMG! There’s a massive spider on your violin-thingy!” Ze springt op en verdwijnt in de menigte.

    Concerten bezoeken

    Het enthousiasmeren van jonge mensen voor klassieke muziek valt nog niet mee. Tijdens het schrijven van deze column op het terras van een ijszaak leest mijn buurman stiekem mee. Met volle mond vraagt hij me waarom ik dit allemaal opschrijf. Spetters ijs belanden op mijn beeldscherm. Ik vertel hem dat ik op deze manier jonge mensen probeer aan te sporen om eens een concert te bezoeken. Bijvoorbeeld dat van het Nederlands Philharmonisch Orkest op 15 of 16 september in het Concertgebouw. Dan vang je twee klassiekers in één klap, want ze spelen o.a. de Vuurvogel van Stravinsky én Rachmaninoffs Tweede Pianoconcert. Of als je last hebt van diverse kwalen, dan zou je eens een concert van het Rodion Trio en hun programma “Muziek als Medicijn” kunnen bezoeken. Op 23 september staan ze in Utrecht vervelende kwalen te verzachten met de meest prachtige muziek. De man haalt zijn neus op. “Ik haat klassieke muziek,” zegt hij. “Behalve in films.” Ik zucht en klap mijn laptop dicht.