Tutu’s en bloedneuzen

Mocht je ooit eens een bezoekje brengen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, pas dan goed op waar je loopt. Zodra je de schuifdeuren bent gepasseerd, rechtdoor loopt en de kantine bereikt, heerst ernstig botsgevaar. Zeker als muzikant zijnde vorm je een enorm gevaarte met drie lompe koffers op je rug dat zich haastig en met bloeddoorlopen ogen als een bezetene richting de koffie begeeft. In je vlucht dwars door de kantine heen loop je dan het risico om een van de rondfladderende meisjes van de balletafdeling omver te walsen en daarbij te vermorzelen.

Door: Femke Steketee

Het overkwam mij regelmatig tijdens mijn studietijd. Dan stond ik weer op een in spitzen gehulde teen, of sloeg ik in de rij voor de koffie het meisje in tutu achter me onbedoeld een bloedneus met een van mijn koffers wanneer ik me plotseling omdraaide. En geloof me, tutu’s en bloed is een vreemde gewaarwording. Je zou dus kunnen zeggen dat het ballet en ik geen goede match zijn. Maar niets is minder waar.

Hoopje ellende

Een van mijn lievelingscomponisten, die doorgaans niet op de tenen van ballerina’s trapte, maar ze juist in een lollige bui imiteerde, was Pjotr Iljitsj Tchaikovsky. En laat hij nou net dé balletcomponist van de 19e eeuw zijn. Een van zijn beroemdste oftewel het ballet der balletten, is het Zwanenmeer. Toch heerste er na de première in 1877 eerst kritiek. Sowieso lag Tchaikovsky bij zijn Russische landgenoten niet zo in de smaak; zijn muziek zou veel te westers zijn, aldus een groepje componisten dat zich het Machtige Hoopje noemde. Iemand ooit gehoord van een Balakirev, Cui of Borodin? Nee. Moessorgsky en Rimsky-Korsakov zaten ook bij de club en hebben behalve het wekelijks bekritiseren van collegacomponisten nog enige bekendheid geworven met een Schilderijententoonstelling en een Vlucht van de Hommel. Een en al jaloezie dus, als je het mij vraagt, want zij wisten vast al dat Tchaikovsky en zijn muziek later als symbool van het romantische ballet zouden gelden.

Ballet zonder ballet

Zelfs iemand die nog nooit naar een balletvoorstelling van formaat is geweest – steekt hand op – kan de muziek uit het Zwanenmeer waarderen. Dat komt doordat Tchaikovsky een meester was in het schrijven van de mooiste, beeldende melodieën die in combinatie met zijn liefde voor dans en volksmuziek niet slechts begeleidend, maar zeer verhalend werken. Denk bijvoorbeeld aan dé beroemde solo van de hobo. Het komt dus voor dat je regelmatig muziek uit het Zwanenmeer, of uit zijn overige twee beroemde balletten Doornroosje en de Notenkraker op een concertprogramma ziet staan of zelfs voorbij hoort komen in films en reclamespotjes.

Mocht het dus onverhoopt zo zijn dat alle ballerina’s in het land geblesseerd zijn geraakt door lompe muzikanten met grote koffers en haast, dan kun je in ieder geval nog volop van de muziek genieten. Laat het ze trouwens maar niet horen, de ballerina’s. Ik heb geen zin in een bloedneus.