Spaanse en Nederlandse ambities: een ode aan Amsterdam en Barcelona

Afgelopen donderdag bracht het Concertgebouworkest tijdens het Horizon-concert een ode aan de architectuur van de Amsterdamse school en het werk van Antoni Gaudí. Een bijzondere programmering, waarin muziek met een Spaans tintje en moderne werken (waarvan twee prèmieres) elkaar afwisselden. Na afloop van het concert zorgde Entrée, de jongerenclub van Het Concertgebouw en Koninklijk Concertgebouworkest, voor een gevarieerd avondprogramma. Tijd voor een verslag!

Door: Nora Gosselink

Let’s get Spanish: Ravels werken

Het concert begon en werd afgesloten met Ravel. Hij groeide op in de Franse Pyreneeën aan de grens van Spanje. Zijn moeder was Baskisch en opgegroeid in Madrid. Dit resulteerde in een levenslange fascinatie voor Spanje en hij verwerkte daarom vaak typisch Spaans geluid in zijn werk. De Engelse dirigent en componist George Benjamin liet het veelkleurige Alborado del Gracio horen, één van Ravels zogeheten Miroirs. Dit stuk is oorspronkelijk geschreven voor piano, maar Ravel besloot het na 13 jaar te orkestreren. Alborado betekent ochtendmuziek en staat voor de Spaanse traditie van feestmuziek die specifiek overdag wordt gespeeld. ‘Del Gracio’ wijst op een clownsfiguur of harlekijn, wat zich vertaalt in groteske, extatische muziek, dat zowel meeslepend werkt als vragen oproept. Het hele orkest bootst het geluid van de castagnetten na, wat een interessant samenspel oplevert. George Benjamin zorgde voor een kraakheldere vertolking, waarbij Ravels intenties goed doorklonken.

De klassieke Bolero was een mooie afsluiting van het concert. Het publiek genoot zichtbaar en deinsde haast mee op de bekende muziek. Met de Bolero probeerde Ravel een compositie te scheppen die gebaseerd is op één thema, dat zich herhaalt zonder dat er grote ontwikkelingen plaatsvinden. Door de unieke orkestratie en het haast oriëntaalse temperament verveelt dit niet en heeft de herhaling een hypnotiserende werking. Benjamin bracht de Bolero zorgvuldig maar met overtuiging, waarmee het een geslaagd slotstuk was.

Richters Wendingen en visuele kunst

De compositie Wendingen door de jonge Christiaan Richter (1990) werd voor de eerste keer uitgevoerd. Over het orgel hing een gigantisch scherm, waar gretig gebruik van werd gemaakt. In samenwerking met de Nederlandse designstudio WildVreemd werd er bij de compositie een film gemaakt vol futuristische beelden. De architectuur van de Amsterdamse school speelde hierin een grote rol. De combinatie van beeld en muziek maakte het een gelaagd en prikkelend werk. Bezoeker Tijmen (24) was vooral verrast door de beeldkunst: “Ik vond dat de visuals goed aansloten bij wat ik hoorde en dat ze ook zeker bijdroegen aan de beleving van het stuk!”

Voor Georges Benjamins Spaanse liederen werd de Londense beeldend kunstenaar en filmmaker Oliver Harrison ingeschakeld. Hij wordt de ‘pionier van de kinetische typografie’ genoemd. Harrissons spel met kalligrafie geeft een extra dimensie aan Dream of the Song. Niet verbazingwekkend: Harrison stond al eerder op het filmfestival van Cannes en zijn werk was te zien in Tate Modern. Het enige jammere was dat de korte films het geheel fragmenteerde – het ging om korte vertoningen per lied en bij de prachtige Llorca-gedichten die het Amsterdams Vrouwenkoor te gehore bracht, bleef het scherm zwart. Een soepelere transitie tussen delen had het gehele Dream of the Song goedgedaan. Toch wist George Benjamin de deur naar een interessante, oude wereld te openen met een selectie van oude Hebreeuwse teksten (geschreven op het Ibirische schiereiland) en de gedichten van Garcia Llorca. Alsof hij een tijdloze Spaanse ziel in beeld wil brengen. Countertenor Bejun Mehta’s stemgeluid bracht de zaal in vervoering, met een driedubbele staande ovatie als gevolg.

De bombast van Sol

De visuele composities werden afgewisseld met de Nederlandse prèmiere van Sol, een compositie van de Spaanse Blai Soler (1977). Nee, dit sol verwijst niet naar het Spaanse woord voor zon, maar naar Solers fascinatie voor de toon G, die een essentiële rol speelt in het werk. Sol is een veelkleurige compositie, waarbij de koperinstrumenten de boventoon voeren; het scheurt van weemoedig naar onheilspellend en de muziek is zowel dringend als fijngevoelig. Het publiek hoefde zich geen moment te vervelen, want Sol raast van experiment naar experiment. Alhoewel dit stuk dus niets met de zon te maken heeft, waren er dezelfde ruimteachtige klanken te horen als in Richters werk. In combinatie met het kopergeweld barstte het stuk soms uit in een apocalyptische bombast.

Over het programma als geheel merkt bezoeker Rick Maas Mantel op dat de selectie ronduit interessant en passend was: “Uit de muziek sprak een duidelijke Spaanse ambitie en de toekomstgerichtheid van het begin van de twintigste eeuw.” Ik ben het met Rick eens: er is met de selectie op een knappe manier een Spaanse geest blootgelegd, zonder aan de haal te gaan met clichés. Rick: “Wel vind ik dat de koppeling met de Amsterdamse school wat ondersneeuwde door al het Spaanse geweld. Zowel visueel als muzikaal.”

Entrée Late Night

Het publiek maakt zich klaar om na een mooie avond naar huis te gaan, maar ontdekt in de entreehal dat het einde nog niet bereikt is. Mensen trekken hun jas weer uit en bestellen bier en wijn bij de balie, die in een bar is veranderd. Het is tijd voor het avondvullende naprogramma van jongerenvereniging Entrée! In de Koorzaal begint een komisch toneelstuk over de architectuur van Gaudí vanuit de ogen van meerdere generaties Nederlandse toeristen.

Na het toneelstuk spreek ik bezoeker Victor ter Veld (21): “Ik heb niet zoveel ervaring met klassieke concerten, maar zo’n programma voor Entrée zorgt ervoor dat er meer ruimte is voor een nagesprek, met een drankje erbij. Wat informeler allemaal. Dat vind ik een toffe aanvulling.” We worden geleid langs een poëzievoordracht, waarna een mini-concert plaatsvindt met de muziek van Leo Smit (1900-1943).

Daarna wordt de klassieke muziek losgelaten en komt het publiek langzaamaan in beweging op de opzwepende Spaans-geïnspireerde muziek van de band Mamihlapinatapai. Een feestelijke afsluiting voor de meeste concertbezoekers. Voor de Entrée-jongeren die ook dan nog zin hebben in meer, neemt DJ DUO PENOSSI de dansvloer over. Ook hier duiken de artistieke visuals weer op, verzorgd door VJ Vish. De toevoeging van Entrée zorgt ervoor dat men volop kan napraten over het concert, onder het genot van een drankje en een warme sfeer. Al met al was het een complete belevenis: de combinatie van ambitieuze, gevarieerde muziek met de mogelijkheid om te reflecteren met andere bezoekers. We verheugen ons op de volgende Horizon!


Dit is een gastcolumn van Nora Gosselink (1996). In het dagelijks leven studeert ze geschiedenis is ze freelanceschrijver. In haar vrije tijd is ze enthousiast concertbezoeker, Entréelid en beginnend muziekfanaat.