Over de grens: pionier Florence Price

Beethoven, Bach, Mozart. Vraag iemand willekeurig naar een componist en de kans is groot dat één van deze namen wordt genoemd. Natuurlijk, dit zijn de grootste en bekendste muzikale meesters in de klassieke muziekgeschiedenis, maar waar horen we Heitor Villa-Lobos, Florence Price of Tan Dun? Bij kenners wellicht bekend, maar niet altijd bij het grote publiek. In deze reeks gaan we de grens over en laten we je kennis maken met drie andere componisten uit Brazilië, de Verenigde Staten en China. Dit keer Florence Price, de eerste Afro-Amerikaanse die werd erkend als symfoniecomponist.

Little Rock, Arkansas

De klassieke muziek is lange tijd een mannenwereld geweest, waarin het niet vanzelfsprekend was dat vrouwen dirigeerden, musiceerden of componeerden. Nog vaker ontbrak in de muzikale geschiedenis de erkenning van componisten en musici van kleur. Opmerkelijk, want zij hebben een grote bijdrage geleverd aan de muziek.

Het is in deze setting dat het verhaal van Florence Price tot stand komt in 1887 in Little Rock, Arkansas.  Door haar afkomst leken de mogelijkheden voor Price om haar talenten te ontwikkelen beperkt. Veel van haar tijdgenoten in de VS kregen vanwege hun huidskleur en sociale klasse namelijk weinig of geen ruimte om zich te ontplooien. Price had echter het geluk dat allebei haar ouders een goede sociale status genoten. Zo organiseerden zij vaak bijeenkomsten voor Afro-Amerikaanse intellectuelen bij hen thuis, waarbij Price de gasten mocht vermaken op de piano. Het geloof in gelijke kansen en gelijke culturele waarden groeide en Price voelde zich hierdoor gesterkt.

Vooroordelen en ongelijkheid

Door haar afkomst heeft Price een lange weg moeten bewandelen tot aan haar debuut als componiste. De première van haar eerste symfonie vond namelijk pas plaats in 1933. Een unicum: voor het eerst werd de compositie van een Afro-Amerikaanse vrouw gespeeld door een gerenommeerd orkest. Een ongekende prestatie, aangezien ze zich bij de start van haar studie aan het conservatorium nog voor had moeten doen als Mexicaanse. Alleen zo kon ze de vooroordelen over haar afkomst omzeilen. Op het hele conservatorium waren namelijk maar enkele andere gekleurde studenten te vinden. Het zou haar er niet van weerhouden succesvol af te studeren en een vooraanstaande baan bij de universiteit binnen te slepen.

Lidmaatschap geweigerd

Hoe stormachtig haar ontwikkeling ook was, de vooroordelen en ongelijke behandeling van de Afro-Amerikaanse gemeenschap bleven Price nog steeds tegenwerken. Lidmaatschap van de Arkansas State Music Teachers Association werd haar ontzegd zonder geldige reden en onder druk van racistisch geweld waren Price en haar man Thomas gedwongen te vluchten naar Chicago. Toen financiële problemen leidden tot de echtscheiding van Thomas in 1931, bleef Price achter met haar twee kinderen. Toch gaf ze niet op. Met geloof in haar talent bleef Price aan haar composities werken en deed ze mee aan verschillende muziekcompetities. In 1932 leidde dit tot de eerste grote prijzen, waaronder voor haar Symphony in E minor. Vanaf toen werd haar werk opgepakt en dus in 1933 voor het eerst gespeeld door het Chicago Symphony Orchestra. “It is a faultless work […] worthy of a place in the regular symphonic repertory.” zouden de kranten schrijven.

Nationale faam

“My dear Dr Koussevitzky, To begin with I have two handicaps – those of sex and race. I am a woman with some Negro blood in my veins.” Dit schreef Price in een brief naar de dirigent van het Boston Symfonisch Orkest. Want ondanks haar successen, bleef de echte erkenning achterwege. Zelfs toen Price nationaal doorbrak met haar ‘My Soul’s Been Anchored in the Lord’, moest ze worstelen met armoede, tegenslagen en miskenning. Price trok daardoor steeds meer op met haar vriendin Margaret Bonds, eveneens een Afro-Amerikaanse pianiste en componiste. Samen bouwden ze verder aan haar reputatie en carrière, die door haar dood in 1953 abrupt ten einde kwam.

Leven in de grote stad

Hoe klinkt de muziek van Price nu? De Amerikaanse gebruikte veel melodieën en ritmes die kenmerkend waren voor de muziek van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Wat misschien wel het meest tot de verbeelding spreekt, is de combinatie van traditionele en moderne elementen, wat het leven van de deze gemeenschap in de grote steden reflecteert. Zo bevatten haar composities Afro-Amerikaanse elementen en tonen ze ook haar Southern roots. Ze liet zich in haar werk dan ook inspireren door onder andere de blues, dat zij samen bracht met meer traditioneel Europese Romantische technieken. Tegelijk liet ze zich inspireren door religie en spiritualiteit. Zo verwerkte ze invloeden en materiaal uit de Afro-Amerikaanse kerk en spirituele muziek in haar composities, zoals gospel en Afrikaanse instrumenten en dans.

Uit de vergetelheid

Na haar dood raakt het werk van Price in de vergetelheid en werd het merendeel overschaduwd door nieuwere componisten die meegingen met hun tijd. Een deel van haar werk is zelfs verloren gegaan. Toch groeit de laatste decennia de aandacht voor Afro-Amerikaanse componistes opnieuw. En dus ook voor Price. In 2001 bracht het Women’s Philharmonic bijvoorbeeld een album uit met muziek van haar hand en in 2009 werd een grote verzameling werken van Price teruggevonden, waaronder haar twee vioolconcerten en haar vierde symfonie. Er lijkt daarmee steeds meer aandacht te komen voor het leven van Price. Een pionier in de klassieke muziek, die de erkenning zou horen te krijgen die ze verdient.