Die Zauberflöte: een fantasierijk sprookje

Helden en schurken staan steevast centraal in verhalen. Als toeschouwer weet je vaak al snel wie tot welke categorie behoort. Toch verrast een auteur zijn publiek graag eens met een plotse wending, want niets is wat het lijkt. Personages worden soms zelfs zo neergezet dat je meeleeft met de slechterik. Een goed voorbeeld hiervan is Die Zauberflöte. Ongetwijfeld de meest bekende opera van Wolfgang Amadeus Mozart.

In een notendop

De jonge prins Tamino verslaat een monster in een donker bos en wordt aangesproken door drie hofdames van de koningin van de Nacht. Ze laten hem een portret van haar knappe dochter Pamina zien. De prins is op slag verliefd. Pamina is echter ontvoerd door de boze koning Sarastro. De verdrietige koningin smeekt Tamino om haar dochter te bevrijden. Hij krijgt vogelvanger Papageno mee als hulpje samen met een toverfluit.

Als Pamina gevonden wordt, blijkt Sarastro haar weliswaar gevangen te hebben, maar met het doel haar te bevrijden uit de macht van de boze koningin. Goed en kwaad keren om! Hij laat Tamino, Papageno en Pamina een aantal zware testen doorstaan, wat zorgt voor de nodige misverstanden en problemen. De koningin ontpopt zich tot een ware wraakgodin: ze zoekt haar dochter op en eist dat ze Sarastro doodt. Doet ze dit niet, zal ze haar vervloeken. Pamina weigert. Met de hulp van drie knapen slagen Tamino en Pamina in alle testen. De praatgrage Papageno haalt het niet, maar zijn trouw wordt beloond met een schattige vriendin, Papagena. De koningin probeert nog éénmaal om Sarastro te vernietigen, maar wordt zelf in de afgrond gestort.

Het gesproken woord

Het was Mozart’s vriend Emanuel Schikaneder die het libretto schreef. Beiden waren lid van de Vrijmetselaars, die erg begaan waren met de universele thema’s van goed en kwaad, licht en donker, zuivering door vuur en water, het getal 3 en de kracht van het zwijgen. Het is geen verrassing dat deze opera vol met dit soort elementen zit.

In de tijd van Mozart (18de eeuw) moest muziek vooral ‘mooi’ klinken: voor de vreselijkste momenten als dood en verdriet zijn bloedmooie aria’s geschreven. Mozart ging echter erg gewiekst te werk bij het componeren van Die Zauberflöte. Voor elk personage koos hij het perfect bijhorende stemtype: de prins Tamino is een heldhaftige tenor, zijn prinses Pamina een emotionele sopraan, de wijze Sarastro een warme bas, Papageno heeft een alledaagse bariton en de koningin van de nacht kreeg de hoogste vrouwenstem: de coloratuursopraan. De aria’s die hij componeerde volgen perfect ieders karakter: Sarastro boezemt vertrouwen in met rustige melodieën, de agressieve en wraakzuchtige koningin van de Nacht krijgt schrille, hysterische loopjes. De edele Tamino en Pamina zingen prachtige emotionele melodieën en de naïeve Papageno en Papagena houden het bij volkse deuntjes.

Die Zauberflöte is eigenlijk een Singspiel, omdat de dialogen worden gesproken in plaats van gezongen. Het is de ideale opera voor hen die het genre eens willen beleven. De aria’s zijn stuk voor stuk evergreens binnen het klassieke gezongen repertoire. Op menig moment zul je zelfs zin hebben om even mee te zingen!

Inhoudelijke, artistieke leiding

De jonge Franse sopraan Sabine Devielhe schittert in de rol van de koningin van de Nacht, waar ze al vele keren zeer succesvol in was. Dit personage wordt bij iedere operaproductie anders neergezet. Dat heeft voornamelijk te maken met de regisseur. Zo werd er in Lyon met digitale vlammen gewerkt voor extra drama, maar is de productie in Brussel ontdaan van alle franje. Hierdoor ontstaat in dezelfde aria een totaal verschillend effect:

We gingen in gesprek met Sabine Deveilhe. Ze vertelt over hoe Mozart schreef voor de coloratuursopraan, over wat het personage van de koningin van de nacht voor haar betekent en hoe elke productie uniek is: