De ronde van klassiek Italië

Vivaldi vs Beethoven of Verdi versus Bach? Verschillende Europese landen als Oostenrijk en Duitsland hebben inspirerende componisten, muziekstukken en klassieke stromingen voortgebracht. En waar vind je de mooiste opera’s, de grootste wonderkinderen en de indrukwekkendste concerthallen? Dit keer in klassiek erfgoed: Italië, de geboorteplaats van opera en meesterwerken van de barok en renaissance.

Muziek als Italiaanse identiteit

Al eeuwenlang drukt (klassieke) muziek een stevige stempel op het karakter van Italië. De nationale identiteit is voor een groot deel gevormd door de authentieke cultuur, waarbij muziek altijd een prominente rol heeft gespeeld. Met name het klassieke erfgoed is voor velen niet weg te denken uit het DNA van de ‘laars’. Hierin is een speciaal plekje ingeruimd voor de opera, tot op vandaag de trots van het land. De geboorte van Italiaanse opera vinden we al in de zestiende eeuw, waar de kunst en literatuur tijdens de late Renaissance een opleving laten zien. In Florence bloeide de opera op dankzij de Camerata fiorentina, een groep van musici, dichters, muzikale amateurs, humanisten en geleerden. In de eeuwen daarna ontwikkelde de operatraditie zich verder in Napels en Venetië, met componisten Monteverdi, Scarlatti, Rossini en Puccini als belangrijke aanjagers.

Eenheid door opera?

De meest in het oog springende operacomponist is Giuseppe Verdi, die in de negentiende eeuw het icoon werd van de Italiaanse cultuur én eenheid van het land. Tot die tijd was Italië namelijk nog geen eenheid, maar bestond het uit een lappendeken aan koninkrijken, staten of was het in handen van buitenlandse machthebbers. Na eeuwen van verdeeldheid werd het pas in 1870 één natie, als resultaat van diplomatieke onderhandelingen en de inzet van grote groepen Italianen uit de hogere klassen. Ze raakten daarbij geïnspireerd door de romantische idealen en werkten samen aan de Italiaanse risorgimento: de periode van eenwording. Sommige van deze hooggeplaatste Italianen zagen muziek als middel om een culturele eenheid te smeden – en daarmee ook Italië als land dichter bij elkaar te brengen. Verdi was één van hen. In zijn opera Nabucco zijn veel referenties te vinden naar zijn droom van een verenigd Italië. Het refrein “Va, pensiero” werd zelfs het onofficiële volkslied van de risorgimento. Verdi was zelfs een acroniem voor Vittoria Emanuele Re d’Italia (Victor Emanuel Koning van Italië). Dit was een directe aanmoediging voor de eerste koning van het nieuwe Italië.

Centrum van klassieke muziek

Doordat de Italiaanse opera zo vaak in de spotlights staat, wordt de traditie van Italiaanse instrumentale muziek nog wel eens over het hoofd gezien. Toch is de muzikale innovatie van onder meer symfonie en concerto van belang geweest voor de ontwikkeling van de moderne Europese klassieke muziek als geheel. Gabrieli, Corelli en Vivaldi zijn bijvoorbeeld componisten met een indrukwekkend palmares. Italië was lang het centrum van Europese klassieke muziek en ontwikkelde met name in de negentiende eeuw een onderscheidend nationaal karakter. Italiaans klassiek was romantisch en melodisch, met veel aandacht voor vocale lijnen. Daarmee onderscheidde het zich bijvoorbeeld van de Duitse harmonieën van Wagner, Mahler en Strauss en het impressionisme van Franse componisten als Debussy.

In de loop van de twintigste eeuw zien we ook in Italiaanse klassieke muziek de invloed van internationale stromingen en ontwikkelingen. Desondanks blijft het Italiaanse klassieke geluid doorklinken en wordt het klassieke erfgoed nog steeds gevierd. Een onmiskenbare mix van opera, Italiaanse cultuur en nationale trots.

Zelf het Italiaanse klassieke erfgoed ervaren? Luister hier naar onze playlist.