De échte Disney klassieker: Fantasia

Disneyfilms. Wie is er niet mee opgegroeid? Op 15 mei 1928 is lievelingetje Mickey Mouse voor het eerst te zien in een tekenfilm en in 1937 maakte Walt Disney zijn allereerste tekenfilm van speelfilmlengte: Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen. De film was zo populair dat het in 1939 zelfs een Oscar won. Voor de gelegenheid werd het traditionele beeldje van de Oscar hiervoor vervangen door een groot beeld en zeven kleintjes. Het begin van het succesverhaal van een Disney-imperium.

Van flop naar top

Van Pinokkio tot Dombo en van Assepoester tot Bambi: de reeks met Disneytitels die traditiegetrouw in elke huiskamer worden gekeken, is oneindig. Toch is er een vreemde eend in de bijt: Fantasia. In 1940 was dit de derde film van Walt Disney die op de markt kwam. Bedoeld als experimentele animatiefilm om klassieke muziek en animatie met elkaar te combineren, moest dit dé doorbraak worden op het gebied van animatie, geluid en techniek. Een achttal bekende klassieke meesterwerken werd door Disney in tekenfilmbeelden omgezet. Klassieke muziek moest toegankelijk worden voor iedereen, door het op een speelse manier te verbeelden.

Helaas bleef het succes uit: het publiek was niet enthousiast en de film flopte. Misschien wilde Disney wel te veel. Fans van klassieke muziek vonden de film afbreuk doen aan het klassieke imago, terwijl het grotere publiek het amusement miste dat ze gewend waren. De waardering kwam uiteindelijk decennia later toch. In 1969 werd de film opnieuw in de bios uitgebracht en groeide, totaal onverwacht, uit tot een cultfilm. Een meesterwerk dat zijn tijd ver vooruit was. De film is tegenwoordig zelfs een ware klassieker.

Voor de echte verzamelaar

Fanstasia is een verzameling van 8 delen, waarin zowel verhalen als abstracte episodes worden samengebracht. Elk deel kent een inleiding die de kijker informatie geeft over het muziekstuk. Het eerste stuk dat je hoort is Toccata en Fuga van Johann Sebastian Bach, bewerkt door Leopold Stokowski. De gordijnen gaan open en het orkest begint met spelen. De beelden die je ziet worden afgewisseld met de live actie van het orkest en abstracte lichtpatronen, alhoewel wolkenluchten en muziekinstrumenten voor de oplettende kijker wel te herkennen zijn. Vervolgens gaat de film over in een abstracte tekenfilm. De Duitse animator, filmmaker en kunstenaar Oskar Fischinger hielp Disney hierbij.

In deel twee horen we de originele muziek van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. In dit romantsiche stuk wordt De Notenkrakerssuite versterkt met dansende paddenstoelen, planten, vissen en feeën. Centraal staan de seizoenswisselingen met de start van de zomer.

Mickey Mouse mag in deze film natuurlijk niet ontbreken. In De Tovenaarsleerling speelt een overmoedige Mickey de hoofdrol, waarin het gedicht van Johann Wolfgang von Goethe wordt uitgelicht. Paul Dukas raakte geinspireerd door het verhalende lied en maakte een symfonische versie. Dit inspireerde Walt Disney om het toe te voegen aan zijn film. Een goede keuze, want het is waarschijnlijk het bekendste stuk.

Igor Stravinsky’s Le Sacre du Printemps leidt het vierde deel in en vertelt het evolutieverhaal. We zien het ontstaan van het leven op aarde tot aan het einde van het dinosauriërtijdperk. Grappig feitje: een aantal details in de film zijn achterhaald. Archeologische onderzoeken tonen aan dat de Tyrannosaurus rex en Stegosaurus niet in hetzelfde tijdperk leefden. Ook wordt in de film geschetst dat dinosauriërs door droogte en zandstormen uitstierven, maar die theorie is inmiddels weerlegd.

Na het ‘Geluidsspoor, een kort intermezzo van 15 minuten, volgt de 6e symfonie van Ludwig von Beethoven. De Oud-Griekse mythen en sagen komen hier aan bod. Centauren (half mens, half paard), goden, saters (een vrolijk en ondeugend boswezen) en andere mythologische wezens (zoals Cupido) houden een festival om wijngod Bacchus te eren. Ze vieren feest, totdat Zeus de boel abrupt komt verstoren. Hij laat een groot onweer los, wat het feestgedruis de kop indrukt. Alhoewel dit erg spannend klinkt, is het toch dit deel dat het meest bekritiseerd werd. Het mist volgens het publiek artistieke waarde en wordt zelfs af en toe racistisch genoemd. Hierdoor werd een scène later gecensureerd.

Na dit zware verhaal volgt gelukkig een vrolijke beestenboel. In de Urendans van Amilcare Ponchielli zien we een parodie op ballet. Het stuk is afkomstig uit de opera La Gioconda. Dansende struisvogels, olifanten, nijlpaarden en krokodillen passeren de revue. Op een humoristische manier wordt het ballet nagedaan, maar ondanks dat mag het gezien worden als een liefdevolle hommage. Met groot respect en precieze aandacht hebben de animators gekeken naar dit onderwerp. Voor de choreografie gebruikten ze echte balletdanseressen, waaronder Irina Baronova – een Russische prima ballerina.

De film eindigt met twee verbonden delen: De Nacht op de Kale Berg van Modest Mussorgsky en Ave Maria van Franz Schubert. Midden in de nacht ontwaakt een demon op een bergtop. Totdat het ochtend wordt, roept hij spoken, monsters en geesten op en houdt een woest feest. De kerklokken beginnen te luiden en de demonen worden verjaagd.

Een groep gesluierde mensen met lampionnen trekken door het landschap en stappen op de melodie van Ave Maria. Duidelijk is dat dit de Allerheiligen nacht weerspiegelt: de dag waarop de Rooms-Katholieke kerk de dood en leven daarna aandacht geeft.

Ontbreekt Fantasia nog in je Disneyverzameling? Wat ons betreft kan geen familie zonder. Keer op keer beleef je de sensatie van dit tijdloze meesterwerk. En tot die tijd geniet je van onze playlist met de stukken uit de film.